Bidsprinkhaan

“Ow sorry”, zeg ik tegen het gifgroene beest dat ik bijna met mijn onkruidsteker doormidden klief. Hij loopt langzaam een stukje verderop om van daar naar mij te gaan zitten kijken. “Mooi ben je”. Ik bekijk het diertje nog eens goed en neem me voor om op te zoeken wat het is.

Een bidsprinkhaan dus die eigenlijk geen sprinkhaan is maar familie van de kakkerlak. Dat klinkt meteen een stuk minder mooi maar als ik verder over hem lees ben ik weer gerustgesteld.

Je kunt ze vasthouden en verzorgen. Er zijn mensen die ze in een terrarium houden maar wij hebben ze dus gezellig in de tuin.

Een vervelende vlieg landt telkens op mijn arm. Het bijtje dat zoemend poolshoogte komt nemen of er nectar valt te halen vertrekt teleurgesteld. Een rolly pollie, ofwel pissebed, schrikt en rolt zich op tot een balletje. Ik breng de rupsen en slakken die het op de borccoli hebben voorzien naar de berg tuinafval. Ga daar maar lekker vlinder zitten worden.

In de tuin ben ik nooit alleen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *