Beestenboel

“Hier woont niemand”. Dat zeggen we altijd als mensen vragen wie onze buren zijn. Toch zien we om ons heen boerderijen. Ze zijn onbewoond. Ooit woonden hier de boer en zijn boerin met hun gezinnen. Ze leefden van de opbrengst van het land. Maar de kinderen wilden meer en gingen studeren. Ze wonen nu met hun grote banen in de grote stad. Af en toe zien we ze rondrijden met hun grote auto’s.

Het was niet elk kind gegeven om elders te gaan wonen en deze kinderen wonen nu in de dorpen maar onderhouden nog wel het land rond de boerderij waar ze zijn opgeroeid. Ze verbouwen groenten voor hun familie en de dorpelingen. Er woont dus feitelijk niemand meer op de boerderij.

Toch is er altijd “leven”. Op de meeste leegstaande boerderijen huist een familie katten en vaak ook een hond. Dagelijks, bijna dan, komt er iemand om op het land te werken en de dieren eten te geven.

Zo kom ik, als ik ’s morgens ga wandelen altijd langs de boerderij waar drie katten en een hondje wonen. Ze weten allang dat ik brokjes bij me heb en rennen mij enthousiast tegemoet. Een beetje schuw zijn ze, dat wel. Maar de lekkernijen worden dankbaar opgegeten.

Soms wandelt het hondje een eindje met me op. Maar nooit te ver. Hij moet tenslotte de boel bewaken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.