Buren

𝘐𝘬 𝘴𝘤𝘩𝘳𝘦𝘦𝘧 𝘦𝘦𝘯 𝘣𝘰𝘦𝘬. 𝘌𝘯 𝘩𝘦𝘵 𝘪𝘴 𝘬𝘭𝘢𝘢𝘳. 𝘔𝘢𝘢𝘳 𝘩𝘦𝘵 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘧𝘵 𝘦𝘦𝘯 𝘣𝘰𝘦𝘬 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘮𝘪𝘫𝘻𝘦𝘭𝘧 𝘰𝘮𝘥𝘢𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘵é 𝘱𝘦𝘳𝘴𝘰𝘰𝘯𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘪𝘴. 𝘛𝘰𝘤𝘩 𝘷𝘪𝘯𝘥 𝘪𝘬 𝘩𝘦𝘵 𝘭𝘦𝘶𝘬 𝘰𝘮 𝘦𝘳 𝘬𝘭𝘦𝘪𝘯𝘦 𝘴𝘵𝘶𝘬𝘫𝘦𝘴 𝘶𝘪𝘵 𝘵𝘦 𝘥𝘦𝘭𝘦𝘯. 𝘡𝘰𝘢𝘭𝘴 𝘥𝘦𝘻𝘦 𝘩𝘦𝘳𝘪𝘯𝘯𝘦𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘷𝘢𝘯 𝘵𝘰𝘦𝘯 𝘪𝘬 𝘦𝘦𝘯 𝘫𝘢𝘢𝘳 𝘰𝘧 𝘷𝘪𝘫𝘧 𝘸𝘢𝘴.

𝗜𝗸 𝗴𝗮 𝗯𝗶𝗷 𝗱𝗲 𝗯𝘂𝗿𝗲𝗻 𝘄𝗼𝗻𝗲𝗻

We verhuizen naar een flat vlakbij de zandbak. Ons huis is op de eerste etage naast de houten trap die toegang geeft tot de galerij. Je kunt het altijd bij ons binnen horen als er iemand op de trap loopt. Vanuit de keuken kijk je op de galerij.

Voor de flat is een grasveld en dan de straat. Aan de overkant weer een flat die er anders uitziet dan die van ons. Daarin woont mijn juf. Rechts van ons woont een dame helemaal alleen en aan de andere kant wonen onze buren met drie kinderen die ouder zijn dan ik. Mijn moeder kan het goed met hen vinden.

Op een dag ben ik kennelijk heel erg stout geweest want mijn moeder zegt dat ze mij niet meer wil hebben. Ze stuurt me naar buiten met de boodschap: “Ga jij maar bij de buren wonen.”

Zo gezegd zo gedaan. Ik kijk nog een keer naar onze voordeur, maar die blijft gesloten. Mijn moeder zie ik nergens meer, ook niet door het keukenraam.

Oké, dan ga ik maar. Ik hoop maar dat de buren thuis zijn. Een beetje onzeker loop ik over de galerij, langs mijn slaapkamerraam naar het huis naast ons. Mijn spullen moeten we een andere keer maar ophalen.

Naast de voordeur van de buren staat een grijze vuilnisbak met het huisnummer erop. De buurvrouw, een gezellige vrouw met een bril en bruine krullen is in de keuken en ziet mij aankomen. Ze zwaait.

Ik maak haar duidelijk dat ze naar de deur moet komen. Als ze open doet vertel ik mijn verhaal en ik sluit af met de vraag: “Mag ik bij jullie wonen?”

De deur gaat nu helemaal open en de buurvrouw kijkt langs mij heen op de galerij. “Is je moeder er niet?” vraagt ze. “Jawel, die is thuis maar ze is boos en ze heeft gezegd dat ik bij jullie moet gaan wonen.”

“Aha, kom maar binnen dan, we gaan net eten.”

Binnen ruikt het naar uien en spek. Aan de tafel zitten de buurman, de twee buurjongens en het buurmeisje. De buurvrouw zegt: “Ingrid komt bij ons wonen.” Er wordt een stoel bijgezet en ik ben blij dat het zo makkelijk gaat.

We eten heerlijk en het is erg gezellig aan de grote tafel. De buren kletsen honderduit met elkaar en ze stellen mij vragen over school. En of ik nog een beetje hutspot wil. Ikke wel! En tegen het toetje, yoghurt met een beetje ranja zeg ik ook geen “nee.”

Na een tijdje gaat de bel. Mijn moeder komt me weer halen. Ze heeft zeker spijt. Teleurgesteld ga ik met haar mee. Ik had best graag bij de buren willen wonen. Maar dat is daarna nooit meer een optie geweest.

2 gedachten over “Buren”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *