koken

In mijn keuken is er altijd eten voor iemand die misschien nog komt.
Ook al komt die meestal niet.

Koken, ik hou ervan!

En met een man die graag eet wat ik heb gemaakt is dat elke dag weer een feestje. Diezelfde man roept wel vaak dat ik te véél eten maak. Maar daar kan ik niets aan doen. Dat komt niet door de Italiaanse invloed hoor. Dat komt door mijn moeder die op de Antillen is geboren.

Toen ik kleuter was woonden we in een flat. Het stenen trappenhuis rook altijd hetzelfde, behalve wanneer mijn moeder kookte. Zij deed dat heel anders dan de andere mensen in het portiek. Wij aten geen aardappels, groenten en vlees.

Mijn moeder maakte altijd iets wat heerlijk rook maar geen naam had. En iedereen kon mee-eten. Vaak kwamen haar brouwsels uit één pan. En het was altijd geurend en smakelijk.

Er kwam wel eens een buurvrouw kijken. Dan zag je mijn moeder achter haar fornuis staan met een grote houten lepel en een vrolijk gezicht. Ze strooide kwistig met kruiden uit de kleine potjes. En dan vertelde mijn moeder dat ze in Nederland niet alle ingrediënten kon kopen die ze graag zou willen hebben. Dus verzon ze zelf maar wat. De buurvrouw hing dan aan haar lippen en proefde uit haar pan. Maar haar man wilde ballen gehakt, dus verder dan dat ging de kookcursus niet.

Maar ik heb alles opgeslagen in mijn DNA. Koken is een creatief proces en er moet altijd iemand kunnen aanschuiven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *