Het is nog vroeg maar we zijn al op. We drinken onze koffie.
Als het eerste blauw zichtbaar wordt kijken we elkaar aan. “We gaan lopen.”
De berg op. Langs de olijfbomen. Soms loopt er een kat mee, of twee. Waar ze eerst helemaal mee naar boven liepen haken ze nu af bij het einde van de boomgaard. Je ziet ze denken: “Die komen zo wel weer terug.”
En ja hoor, als we op de terugweg weer bij de boomgaard zijn springen ze voor ons op de weg en wandelen mee naar huis. We belonen dat met een enthousiast hoog stemmetje: “Heeeee, wat fijn dat je op ons hebt gewacht,” en een dikke aai.
Iedereen weer gerustgesteld. Koffie dan maar weer.