Ze is 28 en geboren in Afghanistan. Ze had er een gelukkige jeugd, haar schooltijd vrij van zorgen. Tijdens haar studie verloskunde gaf ze twee dagen per week les op een basisschool.
En toen kwam de Taliban. Vrouwen mochten niets meer. Niet meer leren, niet meer werken, niet zonder man naar buiten, niet gezien worden en al helemaal geen muziek maken. Ze kon niet in haar land blijven.
Na een lange moeizame tocht via Iran en Turkije kwam ze terecht in Montenero di Bisaccia. En daar ving onze vriend Giuseppe haar op. Hij gaf haar onderdak en hielp haar met de papierwinkel. Nu mag ze blijven.
“Hebben jullie werk voor haar?” vroeg Giuseppe op een dag.
En zo gebeurde het dat wij haar gingen ophalen in het dorp.
Het was dertig graden. Ze droeg een lange broek, een dikke trui en een pet met daaronder een hoofddoek. Ze studeerde twee jaar Engels en dat maakt communiceren mogelijk.
We zijn nu drie maanden verder. We leren elkaar kennen. Zij begint de vrijheden van het westen te omarmen.
De sluier is af. Ze draagt een blouse met korte mouwen, ze zwemt in de zee.
Wij zijn nieuwsgierig naar elkaar. Zo leren we van elkaars cultuur.
Vandaag breng ik haar weer naar het dorp. Ik geef haar mijn telefoon en vraag of ze op Spotify haar muziek wil opzoeken. Even later schalt de prachtige stem van Aryana Sayeed door de speakers. Ze zingt mee.
Ik vraag haar waar het lied over gaat. En terwijl ze dat vertelt stromen de tranen over haar wangen. En over die van mij.
Ik zie een jonge vrouw die haar mooie land moest verlaten maar zoveel meer achterliet dan de vreselijke invloed van de Taliban.
En zo rijden wij daar over de hobbelige wegen van Molise. Zij zingt en filmt want zij vindt alles even mooi. En we beginnen te lachen. Want je moet toch iets.