Ik schreef een boek. En het is bijna klaar. Maar het blijft een boek van mijzelf omdat het té persoonlijk is. Toch vind ik het leuk om er stukjes uit te delen. Zoals deze herinnering van toen ik acht jaar was.
Rachmaninov
In ons huis staat een Rippen piano. Mijn moeder speelt er vaak op. Als we visite hebben brengt ze steevast het pianoconcert van Rachmaninov ten gehore. Ze krijgt er altijd applaus voor maar ik vind het teveel lawaai. Ik hou meer van de Antilliaanse liedje die ze speelt. Die zijn vrolijk en ze hebben een ritme waarop je vanzelf gaat dansen.
Ik vraag haar of ze mij die liedjes ook wil leren spelen. Maar dat komt er nooit van.
Pianoles
Maar dan krijg ik op een dag te horen dat er iemand naar ons huis komt om mij pianoles te geven. Meneer Hoefman is organist van de Grote Kerk op de Loolaan in Apeldoorn en hij wil het mij wel leren.
Ik ben er nu al trots op en verwacht dat ik komend weekend ook applaus van de familie zal krijgen omdat ik iets heel moois speel.
Folk Dean
Maar niets blijkt minder waar. Meneer Hoefman heeft een boek bij zich van Folk Dean. “Mijn eerste pianoboek”. En hij leert mijn twee noten lezen. De C en de D. En die moet ik de hele week oefenen. Want volgende week komt hij weer met nieuwe noten.
De weken daarna leer ik alle noten totdat ik “Boer daar ligt een kip in ’t water” kan spelen. Het is nog geen Rachmaninov maar ik ben er toch trots op.