Stilte

Dré is een paar dagen naar Nederland om training te geven en allerlei zaken voor zijn vader te regelen. Ik ga niet mee. Ik blijf hier, samen met vijf eigenwijze katten.

De stilte bevalt me. Maar nu ik in de ochtend in mijn eentje de berg op wandel valt er niks te bespreken, geen grapjes te maken, niet te delen hoe mooi we het hier vinden. De wandeling lijkt veel langer te duren dan anders en ik ben geneigd te versnellen. Doorlopen, dan ben ik snel weer thuis.

Op het moment dat ik me realiseer dat ik dat doe besluit ik om weer te vertragen en te luisteren naar de stilte. Mijn stilte dan, want de Tinnitus is er altijd. Maar het stoort me niet meer. 

In de verte hoor ik het opkomende en weer wegstervende geluid van een trekker die rechte lijnen breit over een akker. Eén recht, één averecht.

Als ik de stilte op me in laat werken word ik een soort van één met het landschap. Zou ik misschien in een vorig leven ook al olijvenboerin zijn geweest?

Zie je de tractor?

Er is genoeg te doen. De oogstweken zitten eraan te komen en ik heb een prettig gevulde to-do-list. Maar vandaag doe ik niets. Ik duik onder in ledigheid. Ik loop langs de moestuin en zie dat de meloenen eruit moeten. Maar ik pak ze niet. De vogelbak moet schoon water. Morgen. Ik ga op de tuintafel zitten en kijk over het land. Op de volgende berg ligt Montecilfone.

Eten moet ik wel. Ik snij een paar tomaten, pluk basilicum en als ik erachter kom dat de mozzarella op is neem ik de Pecorino. Ook goed.

Tegen het einde van de middag ben ik er wel klaar mee. Ik mis hem. Als we met z’n tweeën zijn, geven we elkaar energie. Doen we dingen. Samen. Drinken we koffie, lunchen we onder de gazebo en hebben we te weinig uren in de dag.

Zo’n dagje luieren is best lekker. Maar vandaag slinger ik mezelf weer aan de gang.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *