26 november
πππ§ππππ π’π¬ π‘ππ ππππππ “πππ π―ππ§ ππ π¨π₯π’π£πππ¨π¨π¦”.
Β
De olijfboomgaard is aan het uitrusten. Van de snoei in april, het ontluiken van de bloesem, van de hitte in de zomer, van het groeien van de olijven en van de oogst in oktober.
Β
Stil staan de bomen bij elkaar. Geen tractor, geen rennende kinderen, alleen een briesje dat de takken beweegt.
Β
Ik hou van die bomen. Als ik door de boomgaard loop voel ik de rust en de ruimte die ze geven. Geen oordeel, geen haast, alleen maar nu.
Β
πππ§ππππ π’π¬ π‘ππ ππππππ “πππ π―ππ§ ππ π¨π₯π’π£πππ¨π¨π¦”.
Lijkt me heerlijk die rust tussen die bomen!