Onze gasten roepen: “Wat een uitzicht.”
En dan, bijna automatisch erachteraan: “Alleen… een beetje jammer van die paal.”
Ik wacht altijd even. En dan zeg ik: “Nee joh, die hoort erbij.”
We kijken uit over heuvels die in dit jaargetijde appeltjesgroen kleuren. Olijfbomen in rust, een vervallen boerderij, landbouwgrond waarop het graan begint te groeien en de lucht zo blauw dat het zeer doet aan je ogen.
En dan die paal. Scheef en eigenwijs.
Alsof hij zich er niks van aantrekt.
In Nederland zouden we hem al lang hebben rechtgezet. Waterpas erbij, nieuw beton en klaar.
Hier niet. Hier mag zo’n paal een beetje hangen. Omdat hij er altijd al stond. Omdat hij het nog doet. Omdat niemand er last van heeft.
Die paal is Italië in één beeld. Niet perfect, gewoon echt. En precies daarom hou ik ervan.
Hoe langer ik hier woon, hoe meer ik zie dat het af en toe wat schuurt aan de randjes. Een muur die wat verzakt, een gat in de weg, of twee. Een trap die kraakt en een scheve paal.
En toch, of juist daarom, klopt het.
Onze paal vertelt een verhaal. Over het land. Over tijd. Over: “Ach, het komt wel goed.”
Hij herinnert ons eraan dat niet alles gefikst hoeft te worden.
Schoonheid zit in imperfectie.
Die paal is dus niet jammer.
Die paal zegt: “Je bent in Molise.”
In Japan zeggen ze ‘Wabi Sabi’. Het mooie van de imperfectie!
There’s a crack in everything. That’s how the light gets in. (Cohen)
Zeker Ingrid. Maar voor mij ‘aard van het beestje’ mag alles vlak, strak & haaks. Gelukkig is dat beroepsdeformatie. Nu zit de rust weer in mij. En alsjeblieft niets veranderen aan dit prachtige uitzicht
Zoals ik je ken zie ik meer dan vlak en haaks. KOm maar weer eens kijken naar dit uitzicht dan.