We vinden haar onder de heg.
Een kitten van hooguit drie weken oud. Veel te klein om daar alleen te liggen. We wachten een hele dag tot haar moeder haar komt halen. Maar die komt niet.
Onze vrienden zijn op bezoek. Ze komen bij ons in de buurt wonen maar niet eerder dan volgende maand. Ze willen de kitten wel hebben. Wij zéér zeker niet want we hebben al zes katten!
De vrienden noemen haar Suki.
Het plan is duidelijk. Wij brengen haar groot. Uiteraard liefdevol met flesjes en geduld. En als ze groot genoeg is, verhuist ze naar onze vrienden in hun nieuwe huis.
Net als met een echte baby voeden wij haar meedere keren per dag. En omdat ze nog wat moeite heeft met het flesje, in het begin elk uur. We wegen haar en juichen bij elke gram die ze aankomt.
Zo’n kleintje kan nog niet zelf plassen en poepen dus leerde ik van ChatGPT dat je dat als “moeder” moet opwekken. Waarna Suki vol overgave over mijn vingers piest. Gelukkig is ze snel helemaal zindelijk. Ik trots natuurlijk.
De andere katten zijn in eerste instantie not amused. Behalve jeweetwelkater Rambo. Die krijg je niet van zijn stuk.
Jeroentje, zelf pas een half jaar oud, dacht eerst dat Suki een lekker hapje was. Een muis of zoiets. Inmiddels zijn we vijf weken verder en zijn ze dikke vriendjes. Jeroentje is nog wel een beetje lomp dus we moeten erbij blijven om te voorkomen dat hij haar veel te hard rondslingert.
Ook de andere dieren zijn gewend geraakt aan een rondrennende kitten die begint hun eten op te eten.
En nu? Over een week komen de vrienden.
In hun nieuwe huis én in hun harten is ruimte voor een kat.
Maar in onze harten is ook iets gebeurd. Suki heeft het gestolen! Ze zit er in met al haar streken, kopjes, mooie ogen en zachte baby-vacht. Jeroentje kan haar ook niet missen, dat is duidelijk.
De vrienden zagen het gebeuren. Af en toe zeiden ze: “Als jullie haar willen houden dan snappen wij dat wel.” Ze zagen het eigenlijk nog eerder dan wij zelf.
Dus Suki blijft.
Natuurlijk blijft Suki.