Oei, ik voel een verkoudheid opkomen. Beetje jammer, maar kan gebeuren. Zeker met al die airco’s die nu op diepvriezen staan. Sommige winkels ga ik niet eens meer in.
Na een paar dagen knap ik niet op maar af. En nog een paar dagen later zit ik bij de Guardia Medica in Montenero. Dat is hier de huisartsenpost.
Met een cortisoninjectie in mijn bil stuurt hij me door naar de Pronto Soccorso in Termoli. Was ik daar vorige maand ook al niet? Dré gaat mee.
Na de intake mag ik door naar de wachtkamer. Bloeddruk 72/35. De wachtkamer kijkt uit op drie behandelkamers. Op de deuren hebben ijverige medewerkers allerlei boodschappen geplakt. Het oude tape daarbij gezellig laten zitten.
Dré haalt verderop in het ziekenhuis cappuccino met twee cornetti. Vier euro.
Na een uur gaat er een deur open en roept een verpleegkundige iets wat mijn naam zou kunnen zijn. Nu wordt de CH hier als K uitgesproken en de klinkers allemaal afzonderlijk. Maar ik herken hem inmiddels.
De dokter zit aan een klein bureau achter zijn computer. Hij belt en maant mij te gaan zitten. Nadat hij heeft opgehangen luistert hij aandachtig, stelt vragen en beantwoordt nogmaals zijn telefoon. Ondertussen plakt de verpleegkundige allerlei plakkers op mijn lijf en prikt ze een naald in mijn arm die ze er stevig op vast tapet.
Aan de andere kant van de kamer is nog een deur.
Door die deur komen mensen binnen om zaken met de dokter te bespreken. “Scusi,” en daarna gaan we weer verder met ons gesprek. Op de gang rennen mensen heen en weer terwijl ze in het voorbijgaan belangrijke dingen tegen elkaar roepen. Het lijkt wel een Amerikaanse ziekenhuisserie.
De plakkers blijken nodig te zijn voor een hartfilmpje. En terwijl ik daar lig, stormt een zichtbaar opgewonden dame de kamer binnen. Aan haar kleding zie ik dat ze bij het ziekenhuis hoort. Ze is boos. Heel boos. Er komt nog iemand achteraan en de dokter besluit haar geluid even voorrang te geven. Zou ik trouwens ook hebben gedaan.
Vanuit de gang horen we een echte ruzie. Mensen schreeuwen tegen elkaar, iets over een patiënt die moet worden overgeplaatst.
De commotie doet overigens niets met mijn hartslag.
Als er later foto’s van mijn longen zijn gemaakt, blijkt dat ik een longontsteking heb.
We krijgen een recept voor zes injecties. Elke dag eentje in mijn bil. Dré kan die gewoon zelf zetten.
Na vier en een half uur staan we weer buiten.
Bij de apotheek hebben ze de voorgeschreven hoeveelheid prikvloeistof niet, dus nemen we er gewoon van elk twee. Twaalf prikken dus. Voor Dré, die nog niet eens de kat durft te chippen, toch een hele uitdaging.
Oplossing: ik ga gewoon elke dag even naar de Guardia Medica.
En toen ik daar zag hoe ingewikkeld het mengen van de vloeistof met het poeder was, het buigen van de naald, luchtbelletjes eruit, een goeie plek op mijn bil vinden… was ik blij dat Dré er niet eens aan is begonnen.